De Schutterij

Het gebouw waarin het Haags Historisch Museum zich nu bevindt, de Sint Sebastiaansdoelen, was lange tijd het glorieuze ‘clubhuis’ van de leden van het Sint Sebastiaanschuttersgilde. De eerste steen werd gelegd op 2 december 1636 door de jonge prins Willem II, zoon van stadhouder Frederik Hendrik en Amalia van Solms. Op de voorgevel staat dit gegeven met trots vermeld in gouden letters.

Schutterijen of schuttersgilden werden in de Middeleeuwen opgericht met de taak de stad te verdedigen tegen gevaar van buitenaf. Bij oproer en tumult zorgden ze voor het herstel van de orde. Ook namen ze deel aan parades, bijvoorbeeld bij feestelijke intochten. Deze 'stadswacht' was meestal gegroepeerd volgens het wapen dat ze gebruikte (de handboog, voetboog of het geweer) en naar hun wijk. Ze onderhielden oefenterreinen, ook wel de doelen genoemd, op open ruimtes binnen de stad, dichtbij de stadsmuren. Doordat de officieren werden benoemd door het stadsbestuur, was de schutterij een steun voor het lokale gezag. Om te kunnen toetreden tot de schutterij, moest men in staat zijn de uitrusting te bekostigen: de aanschaf van een wapen en uniform.

In Den Haag waren er twee schuttersgilden, doordat de stad eigenlijk uit twee delen bestond: het Hofgebied (Binnenhof en directe omgeving) en de rest van de stad. Het oudst en het meest vooraanstaand was het Sint Jorisgilde, dat voornamelijk uit hoge hoffunctionarissen bestond. Zij hanteerden de vrij kostbare voetboog en hadden het Hofgebied als ‘werkterrein’. De Sint Jorisdoelen, waar de schutters bijeen kwamen, werd in 1397 aan het Tournooiveld gebouwd. Een oud torentje markeert nog steeds de plaats van het voormalige doelengebouw. Het Sint Jorisgilde kreeg in de zeventiende eeuw meer en meer het karakter van een exclusieve gezelligheidsvereniging. Het Sint Sebastiaansgilde bestond aanvankelijk uit Hagenaars die genoeg geld hadden om een goede handboog te kopen. In 1580 maakte het vrijwillige karakter plaats voor een vorm van dienstplicht en de bogen werden ingeruild voor geweren. Nadat de Fransen in 1795 ons land hadden bezet, werd het Sint Sebastiaansgilde opgeheven.

Het Haags Historisch Museum toont objecten en schilderijen van het St. Sebastiaangilde en de St. Jorisgilde: van spontons en hellebaarden, bokalen en zilverwerk tot meters brede schuttersstukken.